Wending in verkrachtingszaak jong meisje Zuiderpark: in tweede onderzoek DNA onbekende man gevonden
In dit artikel:
Op 12 augustus 2025 zou in het Rotterdamse Zuiderpark een jong meisje zijn misbruikt toen ze kort uit het zicht van haar moeder was verdwenen en naar een rietkraag liep bij de Zuiderparkpromenade-West. Een week na het incident arresteerde de politie de 55‑jarige Marinus L. uit Rotterdam, nadat een groot rechercheonderzoek met borden en flyers had geleid tot tip(s). Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) meldde aanvankelijk een DNA‑match tussen de verdachte en het slachtoffer.
De zaak nam echter een onverwachte wending tijdens een inleidende zitting in Rotterdam. Een onafhankelijk Forensisch Laboratorium voor DNA‑onderzoek (FLDO) kwam tot andere conclusies: volgens dat bureau is er geen DNA van Marinus L. gevonden in de schaamstreek van het meisje, wél DNA van een onbekende man. Het Openbaar Ministerie zegt vragen te hebben gesteld aan het FLDO om het verschil met de NFI‑uitslag te verklaren. Voor de verdediging is die discrepantie een argument om hun cliënt voorlopig vrij te krijgen.
Daarnaast trok Marinus L. zijn eerdere gedeeltelijke bekentenis terug. Hij had tegenover een psycholoog verklaringen afgelegd, maar zegt die later onder dwang te hebben gedaan; zijn advocaat verzoekt inzage in geluidsopnamen en overweegt hernieuwde gesprekken met psycholoog en psychiater. De verdachte wordt ook verdacht van een tweede zedenfeit uit mei 2011, waarbij volgens het OM wél een DNA‑match bestaat. Onderzoek naar een derde, oudere zaak leverde geen DNA op.
De rechtbank besloot de man aangehouden te houden. De rechter noemt het noodzakelijk dat Marinus L. psychisch wordt onderzocht, onder meer om te beoordelen of tbs een mogelijke maatregel is. De rechtbank vindt de onduidelijke FLDO‑uitslag op dit moment geen reden voor vrijlating; een inhoudelijke behandeling wordt mogelijk in augustus gepland.