Waarom babi pangang een oer-Hollands gerecht is, en misschien verdwijnt
In dit artikel:
Babi pangang — het krokant gebakken varkensvlees met zoete saus dat generaties Nederlanders van de afhaalchinees kennen — blijkt geen traditioneel Chinees gerecht maar een lokale creatie. Historicus David Ze, wiens familie het eerste Chinese restaurant van Nederland runde op het Deliplein in Rotterdam-Katendrecht, toont met oude menukaarten aan dat babi pangang pas na circa 1960 opdook. Het gerecht ontstond uit vakmanschap van Chinese koks en invloeden van Indische smaken die werden meegenomen door Indische Nederlanders na de Indonesische onafhankelijkheid; Katendrecht fungeerde als voedingsbodem voor deze hybride keuken.
Die geschiedenis staat centraal in de documentaire Meer dan Babi Pangang van Julie Ng, die op 19 februari uitkomt. Ng — zelf dochter van Chinese restauranthouders — bespreekt niet alleen de culinaire oorsprong (zij noemt Eindhoven als een van de plaatsen waar het gerecht vorm kreeg), maar ook het leven achter de loketten van afhaalzaken: lange werkdagen, feestdagen in de zaak en de wens van ouders om hun kinderen buiten de horeca kansen te geven. Ng kreeg bovendien voor elkaar dat de Chinees-Indische keuken erkend werd als immaterieel erfgoed.
Eigenaar Lucas Chon van restaurant Hong Kong in Rotterdam plaatst het gerecht in perspectief: het was bedoeld om Nederlandse klanten te behagen — veel, vet en voordelig — maar met veranderende smaken en meer reismogelijkheden is babi pangang nu vaker bijgerecht dan blikvanger. Volgens Chon zal het niet volledig verdwijnen, maar wel naar de marge verschuiven naarmate klassieke Chinees-Indische restaurants verdwijnen.