Zo verandert Ron van Gelder (74) verwaarloosde winkelstraten: 'Als één gek begint met groeten, volgt de rest vanzelf'

zaterdag, 31 januari 2026 (08:08) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

In een Rotterdamse bakkerij in Noord begint kwartiermaker Ron van Gelder (begin zeventig) zijn werkdagen met een praatje en een handdruk. Zijn opdracht: verwaarloosde winkelstraten leefbaar en aantrekkelijk maken. In opdracht van de gemeente werkte hij eerder aan de West-Kruiskade, Beijerlandselaan en Crooswijkseweg; sinds kort zet hij hetzelfde proces in de Noordmolenstraat en Zwart Janstraat in gang, samen met bewoners en ondernemers.

Rons aanpak is praktisch en buurtgericht. Hij gelooft dat kleine sociale handelingen — vriendelijk begroeten, elkaar herkennen — de basis leggen voor een plezierige straat. Daarnaast focust hij op tastbare verbeteringen: divers winkelaanbod, goede verlichting, veilige openbare ruimte en een positief imago. Hij let op details: warme etalageverlichting, slimme voorzieningen zoals een prayer lounge en ondernemerschap dat inspeelt op behoeften van de wijk. Ron noemt zichzelf liever “een man van de straat”: hij doet boodschappen, gaat naar de kapper en sport bij de lokale boksschool om contact te houden met bewoners.

Ondernemers in de Zwart Janstraat zien volgens eigen zeggen duidelijke vooruitgang. Ibrahim, een lokale ondernemer, vertelt dat tien jaar geleden veel winkels leegstonden en dat de straat nu bruist; sommige zaken halen grote online volgersaantallen en trekken bezoekers van ver. Tegelijkertijd vragen zij meer betrokkenheid van de gemeente: minder zwerfvuil, meer groen en één aanspreekpunt of 'sheriff' die overzicht en samenhang brengt. Ook bestaat terughoudendheid: ondernemers merken dat Ron als witte man in een straat met vooral bezoekers met een migratieachtergrond eerst vertrouwen moet winnen.

Die twijfel sluit aan bij een bredere discussie over gentrificatie. De Rotterdamse schrijver Arjen van Veelen waarschuwt dat opknapbeurten vaak niet voor iedereen zijn — winkels en bewoners met minder middelen kunnen worden verdrongen. Ron zegt expliciet dat hij geen gentrificatie wil en dat hij zuinig wil zijn op bestaande bewoners, maar erkent tegelijk dat het reguleren van de huizenmarkt niet tot zijn taak behoort. Hij ziet het als positief als er economische en kennis-injecties komen, zolang het aanbod divers blijft en origineel lokale ondernemingen plaats houden.

Rons lange ervaring — hij verliet vijftien jaar geleden een functie bij een woningcorporatie voor dit veldwerk en wil naar eigen zeggen nog jaren doorgaan — maakt zijn aanpak minder theoretisch en meer gericht op het bouwen van bruggen tussen verschillende groepen Rotterdammers. Zijn werkwijze combineert kleine, zichtbare verbeteringen met intensief buurtcontact. De balans tussen vernieuwing, gemeentelijke ondersteuning en het behoud van betaalbaarheid en culturele diversiteit blijft de belangrijkste uitdaging voor zijn projecten.