Zorgen om voortbestaan van ruim 150 jaar oud museumschip: 'Vijf keer de subsidie nodig'

donderdag, 11 december 2025 (21:08) - RTV Rijnmond

In dit artikel:

Museumschip De Buffel in Hellevoetsluis symboliseert de maritieme geschiedenis van de voormalige marinestad, maar worstelt met toenemende onderhouds- en exploitatiekosten. Voorzitter Wim Noordzij waarschuwt dat het werelderfgoed van vrijwilligers en bezoekers dreigt te verkleinen door veroudering van de vrijwilligersgroep (gemiddeld circa 75 jaar) en de noodzaak om meer werk uit te besteden. De huidige gemeentelijke subsidie dekt volgens hem niet wat nodig is om het schip structureel te onderhouden, te promoten en educatieve programma’s uit te bouwen; Noordzij pleit voor een bedrag dat ongeveer vijf keer hoger ligt dan de huidige bijdrage van Voorne aan Zee.

De Buffel heeft een rijke historie: gebouwd in Glasgow en te water gelaten in 1868, diende het meer dan een eeuw bij de Koninklijke Marine en was het het eerste Nederlandse marineschip dat volledig op stoom voer. In 1974 ging het schip over naar Rotterdam; na restauratie maakte het tot 2013 deel uit van het Maritiem Museum. Sinds oktober 2013 ligt het permanent aan de Koningskade in Hellevoetsluis, op een plek van waaruit eeuwenlang zeelieden als Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp vertrokken.

Praktische problemen illustreren de financiële noodzaak: jaarlijks is er onderhoud nodig om het schip in originele staat te houden; pas vorig jaar werd een nieuw dek aangebracht nadat men met emmers lekkages had opgevangen. Noordzij benadrukt dat betere financiering niet alleen het behoud van het schip verzekert, maar ook kansen biedt om Hellevoetsluis als toeristische en educatieve bestemming meer onder de aandacht te brengen. Volgens hem is de rijke maritieme geschiedenis van de plaats in Nederland te weinig bekend en kan gerichte investering zowel cultureel als economisch rendement opleveren.

Kortom: De Buffel is historisch waardevol maar financieel kwetsbaar. Vrijwilligerscapaciteit en structurele subsidies vormen het knelpunt; extra middelen zouden onderhoud, educatie en marketing mogelijk maken en zo de zichtbaarheid van Hellevoetsluis als maritieme locatie vergroten.